
Het geheim van koken met koudwatergarnalen: je doet het niet.
Ze zijn al gegaard, op zee, op hun hoogtepunt. Dus je bereidt ze niet — je voegt ze toe. Van het vuur af, op het eind, koud of nauwelijks verwarmd. Op geboterd brood. Door een salade. Door pasta geschept zodra de pan van het vuur is. Zo uit de verpakking met een kneepje citroen.
Geen timing om te beheersen. Geen manier om iets te overgaren wat je niet gaart. Een echte delicatesse die in ruil bijna niets vraagt.