
„Smaakt naar zee” klinkt als poëzie. Het is eigenlijk scheikunde.
Die zuivere oceaansmaak in een koudwatergarnaal komt van echte, benoembare moleculen — glutamaat, nucleotiden, glycine, betaïne. En sommige ervan bestaan om één reden: de garnaal helpen overleven in koud zout water.
De smaak van de zee is dus, heel letterlijk, de smaak van wat het kost om erin te leven.